Archive for October, 2004

Ontmoeting (Gerrit Krol)

Opnieuw moesten wij, noodlot,
op een stille morgen in maart
elkaar zien staan, de straat
waar zij stond achterin, voor ik
de handen langs de vensterbank,
voorbij het holle der portieken,
haar tegenging, ontving wat zij
tot het midden had bewaard:
een lachje zijdelings, o god
hoe dapper kunnen wij dan verder!
Wat rest er echter van ons samenzijn?
Mij alleen die pijn toen ik omzag
haar van achteren te zien, de schouders
en de vraag of zij zich redt.

Popularity: 8% [?]

Anton (Mustafa Stitou)

Links een tenger en goudblond godinnetje
keurde me geen blik waardig.
Maar het deed me niets: sinds elf september
ligt een Arabier nu eenmaal slecht
in de markt. Rechts
een stelletje; zij, reuzin, pokdalige kop,
paarsfluwelen avondjurk, ik vond het
wel wat hebben. Dus toen haar vriend even verdween
raakten we in gesprek; ze werkte, vertelde ze,
voor een castingbureau; die middag had ze,
voor een nieuwe Nederlandse dramaserie,
NSB’ers gecast.
ach, mijn joodse verloofde en ik,
zienderogen worden we ouder en dikker samen,
scheppen steeds meer behagen in eten
en slapen. Toen haar vriend weer opdook
kuste hij haar blote schouder en keek mij
ondertussen strak aan. De slanke blondine
links van mij, zag ik nu, had op de achterkant van haar nek,
over de volle breedte, een tatoeage:
Anton
stond er,
in schoonschrift, tussen
twee hartjes in.

Popularity: 4% [?]

Het laatste herfstgedicht (Erwin Vogelezang)

de eerste die nu nog met herfst
takken aan komt draven
en daarmee op dit papier

of tegen mijn beeldscherm zwaait
zodat bladeren dit gedicht binnendwarrelen
bijt ik persoonlijk de strot af

want ziek ben ik
van woorden die troost willen bieden
voor alles waar geen troost voor kan bestaan

te moe vooral
om iedere ochtend bloot en bleek
weer als dezelfde jongen op te staan

vergeet me liever even,
begraaf deze woorden in een ondiep graf
en leg jezelf daarnaast ten ruste

mag ik bij je liggen? dan spreken we daar af
om pas te ontwaken als ook dit blad
volledig is vergaan

want als de dood te bedwingen was
met slechts enkele mooie regels
dan had ik die voor je geschreven

ik weet het ook
hier staan ze niet,
vergeef me

(Erwin Vogelezang)

Popularity: 6% [?]

Baadster (Louis Couperus)

Een blanke nymf steeg ze uit het marmren bad,
En toefde op de eerste treê; heur armen beurden
En wrongen ‘t blonde hair, dat druipend nat
Nog van den amber der violen geurde.

Hoe ‘t rozig-blond van ‘t blozend rozeblad
De sneeuw haars teedren lichaams warmer kleurde,
Terwijl van paerlen vloeyende en omspat,
Zij lelie was, die in den dauwe treurde!

Daar stond ze, steunende op het slanke been,
Zoo, dat bevallig zich de heupe rondde,
Nu de armen hoog de dartle lokken bonden.

Daar stond ze, glanzend-wit als marmersteen,
Geheel omsluyerd in den korenblonde:
Antieke vaas met douden veile omwonden.

Popularity: 4% [?]

Sta op en wankel (Ingmar Heytze)

Sta op en wankel - uche uche-
naar de gootsteen. Wat en nacht.
Nog steeds alleen. Te veel gedronken.
Met de taxi thuisgebracht.

Hoe doet iedereen dat toch,
in liefde vallen op de dansvloer,
niet alleen, maar allebei,
dus zij op hem en hij op haar,
getweeën, samen, met elkaar,
consensus dus -
vooruit, ik geef het toe,
ik heb onafgebroken woorden
met mezelf, zaai kruimels twijfels uit
en dansend op een spijkerbed
steek ik mijn eigen ego lek:

ik blijf een eenzaam twistgesprek

Popularity: 5% [?]

Louter droefheid (Simon Carmiggelt)

Ik voel mij somber. Ei, wat zal ik doen?
Een platte geest dronk nu een glaasje.
Maar ik ben een poëtisch baasje
en ga mijn weemoed in een versje doen.

Dat is het voordeel van mijn gave.
De burger kan zijn ei niet kwijt,
terwijl ik, rustig, mijn neerslachtigheid
gelijk een paardje voor mijn kar laat draven.

Is het volbracht, dan ben ik opgelucht.
‘k Heb schoonheid uit mijn pijn gewrongen.
Mijn lieve pen heeft mooi gezongen.
Ik stap in bed. Ik geeuw en zucht.

En staan mijn versjes later soms te kijk
in ‘Gouden aren’ of in ‘Dichterschat’,
dan zegt de leraar bij deez’ pennenspat
‘Kijk jongens, hier had hij het moejelijk.’

Popularity: 6% [?]

Meisje van papier (Saskia Waterman)

nooit gedacht
dat iemand woorden rond
me zou willen vouwen
een taal zou willen maken
voor mij, voor ons
dat woorden
jij en ik zouden worden
ze zijn nu even niet van iedereen
ze zijn nu even tastbaar
een vinger op een mond

(via hazeymaiko)

Popularity: 7% [?]

Woorden in de nacht (Jan Jacob Slauerhoff)

Voel je hoe ik naar je toe kom?
Je bent naakt in den nacht.

Wacht ik doe eerst een doek om.
Nog niet, nog niet.

Liefkoos mij, zacht.
Zeg dat je mij mooi vindt
En alleen door te streelen
In ‘t donker, mij ziet.

Zullen wij spelen,
Dat wie ‘t eerste lacht,
Moet ondergaan wat de ander bedacht?

O, laat het doorgaan,
Totdat wij doodgaan.
Alles wat hierna komt
Is niets dan Dood, vermomd
in schijn van Leven.

Neem mij weer, wacht nog even.

(via richardosinga)

Popularity: 6% [?]

Bij een slapend lichaam (Serge van Duijnhoven)

Ik wil dat je mijn bedoelingen doorgrondt
ik wil dat je de prijs leert kennen van verlangen
de schaal van de dingen, ik wil dat je begrijpt
waarom men het aardige overwaardeert

ik wil je horen zeggen:
‘alles dient slechts om te winnen
alles is taktiek; wij spelen
allemaal’

ik wil dat men ons geheim zal bewaren
dat we elkaar geruisloos achtervolgen als jagers
ik wil dat we bereid zijn onze ziel in te zetten (achteloos)
zoals we een munt inwerpen bij een gokautomaat

ik wil de tijd terug dat ik wijs werd uit mijn dromen
ik wil de tekens terug die ik heb nagelaten op je huid
ik wil je kunnen voelen met mijn ogen in het donker
met mijn nagels (netvlies) nagaan waar je bent geweest

ik wil dat jouw handen me in koele lakens wikkelen
ik wil zien of jouw zijde van de mijne verschilt
ik wil dat je sterker zal zijn naar het einde
ik wil je laten denken dat je wint

ik wil dat je je zonder mij een vondelinge voelt
een zonderlinge in de leegte, ik wil je zien bibberen
in de kou. Ik wil je zwetend, warmgewreven
ik wil je hondsdol, biddend om berouw

ik wil dat je mijn gedachten kunt lezen
ik wil dat je mijn hart kunt raken
op de fatale plek. Het interesseert me niet
wie de wonden veroorzaakt. Het interesseert me niet

hoeveel het er zijn. Ik wil alleen belang stellen
in wat me beheerst. Ik wil op een prachtige plek zijn
als ik sterf. Ik wil kunnen verdrinken in een Rode Zee
me verwonden aan een giftig koraal, aanspoelen

op een hagelwit strand, met jouw smaak nog
op mijn lippen. Ik wil je niet kapotmaken
ik zou niet weten hoe. Kon ik maar zeggen:
ik zal je vergeten. Kon ik maar zeggen:

ik laat je met rust
maar liegen kan ik niet
ik denk altijd aan je, echt waar
ik zal voor altijd aan je denken

Popularity: 5% [?]

Mol (Gerda de Preter)

Er woont een minnaar in mijn tuin,
een kompel met fluwelen handen,

Hij klopt, betast en streelt de rulle
wanden, breekt met zachte vingers

de vochtige aarde aan. Zij laat begaan.
Zoals hij stijgt en daalt, hardnekkig al

haar gangen gaat, lichtvoetig kruipdier
van genot dat in haar bekken sluipt,

kleine doodgraver van verlangen,
blindganger van geluk die in haar huid

zijn tekens weeft, dan huiverig naar
adem snakt en wegvlucht uit haar schoot.

Zij meet de schade, wist zijn sporen,
sluit zich onbewogen, als hij boven haar

de handen strekt, het nekvel spant
en stil het hoofd buigt voor de spade.

(via NOS Oog op Morgen)

Popularity: 5% [?]